Bijv. Lange Distelstraat 30

JE WILT IETS MEER WETEN OVER BIJVOORBEELD je grootouders of overgrootouders, over het huis of de straat waar je woont, het bedrijf, de boerderij of het café dat stond op de plek waar je nu woont. Hoe kun je dat aanpakken?
1. Je kunt op zoek gaan naar getuigenverhalen: mensen die nog kunnen vertellen hoe het was?
2. Je kunt ook kijken wat er in openbare archieven te vinden is.
Ter gelegenheid van 100 jaar Disteldorp hebben we kortgeleden voorbeelden gegeven van wat er in online te raadplegen bronnen te vinden is. Als je op zoek gaat, kun je met een beetje geluk en veel doorzettingsvermogen interessante verhalen opdiepen.

Dit verhaal gaat over Lange Distelstraat 30
Hieronder vertellen we op basis van openbare gegevens het verhaal van de eerste bewoners van Lange Distelstraat 30. Hét verhaal? Nee, stukjes en beetjes van hun verhaal. We vertellen wat we weten en proberen verschillende sporen aan elkaar te knopen.

In de inventarissen van Stadsarchief Amsterdam vind je de Woningboeken 1897 – 1922. Daarin moesten we eerst kijken om te zien wie er in 1919 als eerste in Lange Distelstraat 30 kwam wonen. De daarna gebruikte gegevens komen grotendeels uit de gezinskaart van Abraham Abrahams.
In de indexen van het Stadsarchief Amsterdam vind je
de Woningboeken 1897 – 1922
de Woningkaarten 1924-1989 (die we hier niet gebruiken omdat we in dit geval naar bewoning voor 1922 zoeken)
de Gezinskaarten 1893-1933,
de Bijzondere Registers 1864-1935 (de gegevens van de verzorgingsinstellingen) en
de Marktkaarten 1922-1954.
De zwartwit-foto’s komen uit de beeldbank van het Stadsarchief.
Verder maakten we gebruik van digitaal krantenarchief Delpher en van de gegevens van Joods monument.  

Lange Distelstraat 30
In de woningboeken vinden we:

 

 


Abraham Abrahams en Betsy Polak
We kunnen nu naar Abraham Abrahams (1891) zoeken in de Gezinskaarten.

 

 

 

 

 

 

 

Op 8 april 1919 vestigde Abraham Abrahams (Monnickendam, 10-02-91) zich met zijn gezin in de woning Lange Distelstraat 32. Hij was op 03-09-41 in Monnickendam gehuwd met Betsy Polak (Amsterdam, 02-01-89). Ze waren Ned. Israëlitisch. Voor haar huwelijk woonde Betsy bij haar ouders in de Vrolikstraat, haar vader was diamantslijper.
Voor zijn huwelijk woonde Abraham in de Dijkstraat in de Nieuwmarktbuurt, met Betsy verhuisde hij een aantal keren:

12-09-14 Bankastraat 19 in de Indische buurt,
16-09-15 Molensteeg 13 tussen de O.Z. Achterburgwal en de Zeedijk
12-02-16 Nova Zemblastraat 94 in de Spaarndammerbuurt,
08-04-19 Lange Distelstraat in Disteldorp
07-03-22 Nieuwe Uilenburgerstraat 31 huis in de Jodenbuurt
16-11-23 Ouderkerkerlaan in Amstelveen (Nieuwer Amstel)
17-12-24 Sumatrastraat 149 in de Indische buurt
25-03-25 Woonschip ‘Bertha’ in het Cornelis Douweskanaal
10-08-25 Woonschip Amsterdam 282 in het Oostzanergat
01-12-25 Molukkenstraat 150 in de Indische buurt
12-05-26 Korte Amstelstraat 10 in de Weesperbuurt (dichtbij het Weesperpoortstation)
28-09-28 Weesperstraat 132 in de Weesperbuurt
05-08-31 Jan Bernardusstraat 21 in de Oosterparkbuurt
14-11-32 President Brandstraat 58 in de Oosterparkbuurt

De kinderen Abrahams
Eleazer, 14-08-15 werd geboren in Bankastraat 19
Judith (12-02-17), in Nova Zemblastraat 94
Gerrit (29-01-18), in Nova Zemblastraat 94
Saartje (03-11-1919), in Lange Distelstraat.
Lea (05-02-22), in de Nieuwe Uilenburgerstraat 31

Tijdens Betsy’s zwangerschap en vier maanden na de geboorte van Eleazer woonden haar moeder en haar zussen Eva en Rebecca bij hun in huis, in de Bankastraat en in de Molensteeg.

De kinderen gingen ‘naar Jonker’
De kinderen en de moeder kregen enkele malen de aantekening Gest. (met een nummer) achter hun naam. Dat wijst op opname in bijvoorbeeld een ziekenhuis, een jeugdinstelling of een psychiatrische instelling.

In de Lange Distelstraat begon een periode waarin de kinderen gevieren een aantal keren uit huis geplaatst werden.
Aanvankelijk gingen ze dan naar de vestiging van Hulp voor onbehuisden van het Leger des Heils in het voormalige Pesthuis (Buitengasthuis) aan de Tweede Constantijn Huygensstraat 35. Ze gingen dan, zoals dat toen gezegd werd, ‘naar Jonker’. De voormalige Leger des Heilssoldaat Tjitte Jonker (1866-1922) werd in 1897 directeur van Toevlucht voor Onbehuisden, aan de Zwanenburgerstraat in Amsterdam. In een vroegere diamantslijperij waren daar een goedkope gaarkeuken en een logement ingericht. Jonkers tomeloze inzet werd bekend en de politie steunde zijn werk. In 1903 richtte hij samen met zijn vrouw Jannetta Cornelia Clauzer (1872-1921) de vereniging Hulp voor Onbehuisden (HVO) op. Het echtpaar kreeg steun van de gegoede burgerij.

Het voormalige Buitengasthuis was een groot en statig pand met flinke zalen en zolders en een grote binnenplaats. Er zijn foto’s van het gebouw en de inrichting uit 1932 in de beeldbank te vinden.

              
De reden van de uithuisplaatsing van de kinderen Abrahams wordt niet genoemd in de gezinskaarten. Toen het vijfde kind, Lea (05-02-22), negen maanden oud was, ging ze met haar broertjes en zusjes naar de HVO-vestiging voor vrouwen en kinderen van het Leger des Heils op Rapenburgstraat 2, het gebouw ‘Zonnehoek’. (foto uit 1955)

 

 

 

 

 

 

 

Er waren ook andere momenten van opvang:
Eleazer en Judith woonden vanaf 10-08-25 drie maanden bij Benzion Moscoviter, diamantslijper, Kerkstraat 281’’’.
Gerrit en Saartje woonden dezelfde maanden bij Abraham Rodriques de Mercado, Lepelstraat 43, hij was behanger.
Mogelijk waren dat bekenden van hun vader, misschien waren het partijgenoten van de Communistische Partij Holland die hem te hulp schoten. In zijn conflict met de Woningdienst kreeg Abrahams een paar jaar eerder ook hulp van partijgenoten.

Ziekte
Betsy Abrahams-Polak verbleef vanaf 04-05-22 enige tijd in een sanatorium in Bloemendaal, dat was drie maanden na de geboorte van Lea.
De derde gezinskaart vermeldt voor de periode 1927-1937 bij haar nog vier of vijf opnamen in sanatoria in Castricum, Santpoort, Warnsveld en Bloemendaal. Bij een van die opnamen betrof het malaria.

Beroepen
Abraham Abrahams staat op de eerste gezinskaart genoteerd als los werkman, winkelier en los werkman. Vanaf 1924, als hij naar Nieuwer-Amstel gaat, staat hij genoteerd als haringkoopman (op de tweede kaart).
Judith krijgt in 08-03-35 een eigenkaart, zij is dan naaister en woont in het Tehuis voor werkende meisjes aan de Olympiakade 16/17.
Eleazer werd net als zijn vader haringkoopman. Dat wordt genoteerd als hij in 1927 weer als thuiswonend wordt ingeschreven

Conflict met de Woningdienst
Abraham Abrahams kwam door zijn haringhandel in 1921 in conflict met de Woningdienst. Dat wordt duidelijk uit Het Volk van eind november 1921. Die vonden we door te zoeken met Delpher.
Buren in de Lange Distelstraat zouden bij de woninginspectrice, mej. Sardeman, geklaagd hebben over stankoverlast. Abrahams bewaarde namelijk zijn haring in de woning, wat verboden was. De woningopzichteres dreigde met uitzetting als hij geen oplossing vond. Dat lukte niet. Toen kwam de zaak voor de kantonrechter, maar die wees het verzoek tot uitzetting van de Woningdienst af. Volgens het verslag in Het Volk was de reden van afwijzing dat Arie Keppler, de directeur van de Woningdienst, ondanks het verzoek van de kantonrechter niet ter zitting was verschenen. Door de krant naar haar reactie gevraagd, nam hoofdinspectrice mevr. Wegerif het op voor mej. Sardeman. Ze verzekerde de krant
‘dat mej. Sardeman een der allerbeste opzichteressen is. Zij is oud-verpleegster en toont moederlijke belangstelling voor de aan haar zorg toevertrouwde gezinnen. Ze treedt met vasthoudendheid tegen ontoelaatbare op en dit bezorgt haar natuurlijk den tegenzin van sommige bewoners, die met hun klachten de verdere buurt in onrust brengen.
Wat het geval van den haringkoopman betreft, deze was met den kwalijk riekenden handel, die hij in strijd met het verbod in zijn woning borg, een ernstige hinder voor de omgeving. Hem is een andere woning in Uilenburg aangeboden, echter geen onbewoonbaar-verklaarde woning, want de Woningdienst denkt er natuurlijk niet aan, menschen in zulke woningen te huisvesten. Het betreft een der ontruimde woningen op Uilenburg, die bestemd zijn niet afgebroken te worden en nu geheel opgeknapt en nieuw ingericht zijn. Abrahams is de woning, die hij weigerde, echter niet eens gaan zien!’

 

 

 

 

 

 

Een voormalige buurman (Lange Distelstraat 34), typograaf Coenraad Boeken, nam het op voor mej. Sardeman en keerde zich tegen Abrahams. Die klom toen ook in de pen. Het volk citeerde op 29-10-21 zijn ‘mislukt verweer’.

De krant ontkrachtte de klachten van Abrahams. De vrouw van Boeken had tijdelijke toestemming van de opzichteres.
Er waren wel degelijk klachten van buren binnengekomen en de Woningdienst moest bij Abrahams de WC een aantal keren ontstoppen omdat er visafval in was blijven steken.
Het baantje kreeg Abrahams van de opzichteres voordat er sprake van een conflict was.
De twee getuigen hadden volgens de Woningdienst niet eens toestemming gevraagd de woning op Uilenburg te mogen bezichtigen, dus dat kon hen niet geweigerd zijn.

Op 04-11-21 kwamen tenslotte de twee getuigen nog aan het woord waarna de krant de discussie sloot. Die getuigen waren mogelijk partijgenoten van Abrahams. Harthoorn was waarschijnlijk bezoldigd bestuurder van een vakvereniging.

Pas op 23-03-22 gaf De Tribune een samenvatting van het conflict. Daaruit blijkt dat alles voor zover mogelijk in der minne werd geschikt. Ook wordt de reden van de eerst uithuisplaatsing van de kinderen vermeld: de moeder was in het gasthuis opgenomen. De Communistische Partij Holland (CHP) had blijkbaar eigen opzichters die huurders ondersteunden in hun strijd tegen onredelijke behandeling door de Woningdienst.

 

 

 

 

 

 

 

 

Marktkaarten
In de Indexen van het stadsarchief zijn ook Marktkaarten opgenomen en in het geval van Abraham Abrahams zijn er drie marktkaarten bewaard (zonder foto). Die laten zien hoe het met zijn handel liep en waar hij met zijn kar stond.

De eerste vergunning werd op 20 januari 1922 uitgegeven.
De vergunning betrof verkoop van haring en zuur met een handkar, gedurende werkdagen van 11.30 tot 13.30 uur, ‘op het westelijke punt van den driehoekige vleugel van de Wilgenweg a/d Asterweg’.
Die plaats werd veranderd in ‘op het onbestrate gedeelte tusschen de wee rijwegen tegenover perceel Asterweg 14’.
Over de betaling van het standgeld, vermeldt de kaart:

‘26 Oct. 1922 no. 1671M aangeschreven drie weken vergoeding verschuldigd.
1 Nov. 1922 no. 1671M gerapporteerd Weth. intrekking.
5 Dec. 1923 no. 1388M aangeschreven drie weken vergoeding verschuldigd.
14 Dec. 1923 no. 1388M gerapporteerd aan Weth. tot intrekking’.

 

Abrahams was in november 1923 naar de Ouderkerkerlaan in Nieuwer-Amstel verhuisd en zette daar waarschijnlijk zijn handel voort.

De tweede marktkaart werd op 25-10-25 afgegeven toen Abrahams op een woonschip in het Oostzanergat woonde.
De vergunning betrof verkoop van haring en zuur met een handkar, dagelijks van 7 uur voormiddag tot het uur van de winkelsluiting, ‘op den O.Z. Voorburgwal vóór het Oudekerksplein aan den walkant tusschen het aldaar staande urinoir en den eersten boom’.

Het was van korte duur: bij de intrekking van de kaart had hij vier weken schuld. De datum van intrekking staat niet op de kaart, maar het was nog in 1925.

 

 

De derde marktkaart werd in februari 1926 uitgegeven. Op 01-12-25 was Abrahams naar de Molukkenstraat 25 in de Indische buurt verhuisd.
De vergunning betreft de verkoop van haring, zuur en fruit met een handkar op werkdagen van 5 uur voormiddag tot het uur van de winkelsluiting en op zondagen en christelijke feestdagen van 5 uur v.m. tot 12 uur ’s nachts. Zijn standplaats is op het Weesperplein ‘op den vleugel van de brug over de Buiten Singelgracht voor het Weesperpoortstation aan de kant van de Andrieskade.’ De handel ging nu beter.
Op 10-12-31 werd aangetekend dat Abrahams zich ‘dagelijks van 12-2 uur mag doen vervangen door zijn zoon Eliazer Abrahams’ met een eigen marktkaart.
Op 16-03-32 kreeg Abrahams een vergunning om een zeil achter zijn kar te spannen.

Pas op 16-08-33 was er sprake van een intrekking, maar op 16-08-33 kreeg hij zijn vergunning terug. Op 28-09-35 staat er dat hij werd opgeroepen op 02-10-35 zich te verantwoorden voor wanbetaling. Wanbetaling en intrekking waren in de ambulante handel schering en inslag. Wie zijn inkoop een of meer dagen niet wist te verzilveren, kwam al gauw in de problemen.

  

Op de meest uitvergrote foto zie je een haring-, zuur- en fruitkar staan. De foto is uit 1938, na de laatst bekende marktkaart. Het is de plek waar Abraham Abrahams het langst heeft gestaan.

Joods monument
In het digitale archief Joods Monument dat op internet in te zien is, kun je nazoeken hoe het bijvoorbeeld het gezin Abrahams tijdens de Duitse bezetting is vergaan. Binnen het monument werken bezoekers, redactie, familieleden en historici samen aan het bundelen van verhalen en herinneringen. Zo schetst het monument een veelzijdig beeld van de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, de Sjoa en de joodse gemeenschap in Nederland. Het Joods Monument is onderdeel van het Joods Cultureel Kwartier.

Abraham Abrahams
Monnickendam, 10 februari 1891 – Auschwitz, 22 oktober 1942
Bereikte de leeftijd van 51 jaar
Beroep: Venter

 

 

 

 

 Betsy Abrahams-Polak
Amsterdam, 2 januari 1889 – Auschwitz, 25 januari 1943
Bereikte de leeftijd van 54 jaar

 

 

 

 

 Judith Abrahams
Amsterdam, 12 februari 1917 – Auschwitz, 12 februari 1943
Bereikte de leeftijd van 26 jaar
Beroep: Naaister Apeldoornse Bos

Gerrit Abrahams
Amsterdam, 29 januari 1918 – Auschwitz, 30 september 1942
Bereikte de leeftijd van 24 jaar

Saartje Abrahams
Amsterdam, 13 november 1919 – Auschwitz, 30 september 1942
Bereikte de leeftijd van 22 jaar
Beroep: Werkster

 

Kaddiesj

Hoeveel namen mag je noemen
Hoeveel namen moet je noemen
Hoeveel namen kan je noemen

Hoeveel namen moet je noemen
Stemmen die willen spreken
Gezichten die tot leven willen komen
Al vele jaren
Met mij meegedragen

De angst niet alle namen
Te noemen
Te kennen
Op te roepen

De pijn
Geen van de gezichten
Te kennen

Het verdriet
Alleen
De namen
Te kennen

Hoeveel namen kan je noemen
Door je tranen heen?

De zon breekt door de wolken
en verlicht de namen
Op mijn steen

Gedicht gemaakt door een nabestaande, geplaatst bij het achtste transport naar Sobibor.

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann